opgeven (opdragen)

werkwoordprs = in uitdrukkingen, spreekwoorden, e.d.

In groep 7 en 8 wordt regelmatig huiswerk opgegeven.

Meester Malipaard had die week als huiswerk opgegeven: vraag een familielid naar een oorlogsverhaal.

Geef niet alleen huiswerk op, maar controleer ook of het daadwerkelijk wordt gemaakt.

Als leerkrachten echter als huiswerk problemen opgeven waarvoor het antwoord klakkeloos te vinden is op een huiswerksite, dan is de zin van zowel huiswerk als huiswerksite zoek.

De vertrouwde leerkracht op de band geeft ook van les tot les huiswerk op, kortom de cursist voelt zich niet verloren en zal zeker tot het gewenste doel komen.

Op universiteiten en hogescholen geven de docenten immers geen huiswerk meer op en worden hoge eisen gesteld aan het vermogen van studenten om zelf hun studie te plannen.

Er wordt per definitie een taak opgegeven die meer omvat dan het werk voor dat bepaalde moment en" voor de volgende keer" (leerstofplanning).

Er worden geen nieuwe schriftelijke opdrachten opgegeven op woensdag en vrijdag en tijdens de schoolvakanties.

Bijgevolg heeft God niet echt een raadseltje opgegeven.

Je moet hem geen raadsels opgeven."

Een daarvan is het voorkomen van beesten, zoals een sphinx die raadsels opgeeft, en die je kunt verslaan als je hoog genoeg dobbelt.

Isiaki geeft een rijtje sommen op.

subject

Wie of wat (...)?

substantief

docent

leerkracht

object

Wie of wat (...) men of wordt (...)?

substantief

huiswerk

opdracht

raadsel

taak

predicatieve aanvulling

prepositiegroep of conjunctiegroep

als:

huiswerk

Er zijn (nog) geen patronen opgetekend.

Voor meer informatie over dit woord: klik op Voorbeeldzinnen of Combinatiemogelijkheden.